Met de aanvullende afspraken die zijn gemaakt tussen branchevereniging Element NL, de vereniging van Nederlandse olie- en gasproducerende bedrijven, staatsdeelneming EBN en minister Sophie Hermans (Ministerie van Klimaat en Groene Groei) zet de overheid een volgende stap om Nederlandse gaswinning uit de kleine velden in te zetten ter ondersteuning van de energietransitie.
Het sectorakkoord Gaswinning in de energietransitie werd in april 2025 gesloten. De afspraken over nieuw te ontwikkelen gaswinning op land zijn daarna verder uitgewerkt, onder meer via een regeling waarmee een deel van de opbrengsten van nieuwe gaswinning uit bestaande licenties terugvloeit naar de regio’s waar gaswinning plaatsvindt.
> Download het Sectorakkoord Gaswinning in de energietransitie - hoofdstuk Land
De afspraken dragen bovendien bij aan het verminderen van de Nederlandse importafhankelijkheid en het versterken van de leveringszekerheid. Zolang Nederland nog in belangrijke mate aardgas gebruikt, verkleint winning uit eigen bodem de afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers en draagt zij bij aan een stabiele en betrouwbare energievoorziening.
EBN, de betreffende bedrijven en het ministerie van Klimaat en Groene Groei zijn na overleg met regiobestuurders overeengekomen dat de regio’s 5 procent van de winst ontvangen die bedrijven maken met nieuwe gaswinning op land uit bestaande licenties. Van de aardgasbaten gaat ruim 70 procent van de winst naar de schatkist, maar met deze afspraak over batendeling deelt de regio voortaan direct mee. Deze 5 procent batendeling komt boven op de aardgasbaten die de overheid al ontvangt. De komende maanden wordt samen met de regio's de praktische kant van de batendeling uitgewerkt.
“Dit is een belangrijk onderdeel van de onshore afspraken die we hebben gemaakt. Betrokkenheid en draagvlak voor lokale gaswinning op land is voor alle partijen essentieel en dat bereiken we onder meer door deze afspraken over batendeling”, zo stelt voorzitter van branchevereniging Element NL Gerda Verburg.
Verder worden met deze afspraken diverse onderdelen gestandaardiseerd. Zo worden decentrale overheden voortaan volgens een vast stramien betrokken bij nieuwe projecten. Ook leggen de afspraken vast waar wel en geen gas wordt geproduceerd en welke voorwaarden gelden voor verantwoord gas winnen op land.
“Dankzij deze afspraken kunnen we als sector een waardevolle bijdrage leveren aan de energietransitie én onszelf geopolitiek minder afhankelijk maken van de import van LNG”, aldus Verburg. “Nederland is nog voor ruim 80 procent afhankelijk van fossiele energie, laten we die vraag daarom invullen met het meest duurzame alternatief: aardgas van eigen bodem.”
In het sectorakkoord werden in april al de volgende concrete afspraken vastgelegd:
Efficiëntere samenwerking
- De overheid en sector gaan nauwer samenwerken om kosten en risico’s te verlagen.
- Er komt een gezamenlijke planning (‘regioprogrammering’) van projecten op zee.
Sneller en transparanter vergunningenproces
- Vergunningsprocedures worden sneller maar vooral ook duidelijker en voorspelbaarder, uiteraard zonder aan zorgvuldigheid in te boeten.
- Partijen streven naar snelle besluitvorming binnen wettelijke kaders en redelijke termijnen.
Verhogen opsporingsactiviteiten
- Extra opsporingsactiviteiten zijn nodig om de gasproductie te verbeteren.
- Het kabinet onderzoekt hoe financiële risico’s kunnen worden beperkt. EBN kan in uitzonderlijke gevallen een groter aandeel nemen in opsporingsprojecten om het risico voor bedrijven te verkleinen.
- Wanneer een bedrijf besluit een gebied niet te ontwikkelen, kunnen anderen het overnemen. Zo blijft het potentiële gas bereikbaar.