Het kabinet kiest in het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) terecht voor een realistische energietransitie. Elektronen én moleculen blijven essentieel. Nederlandse gaswinning moet tijdens de transitie op peil worden gehouden voor de leveringszekerheid en CCS is noodzakelijk voor de verduurzaming van onze industrie. Tegelijkertijd noemt het kabinet versnelling van procedures noodzakelijk om het maakbaarheidsgat te verkleinen. Die conclusies moeten nu bij elkaar worden gebracht. Geef Nederlandse gaswinning en CO₂-opslag daarom dezelfde procedurele urgentie als andere essentiële projecten voor de energietransitie.
De actualisatie van het NPE 2050 legt meer focus op de uitvoering en de weerbaarheid van het Nederlands energiesysteem. Weerbaarheid en energieonafhankelijkheid worden steeds belangrijker. Het kabinet stelt dat in 2040 het aandeel van gëimporteerde energie gedeeld moet zijn van 84% tot iets minder dan de helft. De rol van energie van eigen bodem wordt daarmee vanzelfsprekend groter.
Om dit te bereiken zet het kabinet in op het op peil houden van gaswinning met oog op leveringszekerheid en het beperken van de klimaateffecten van ons gasgebruik, zoals uitgewerkt in het Sectorakkoord gaswinning in de energietransitie dat vorig jaar is gesloten tussen de Minister van Klimaat en Groene Groei, Element NL en Energie Beheer Nederland. Element NL steunt deze ambities en doelstelling en spoort het kabinet daarom aan om de uitvoering van het Sectorakkoord gaswinning in de energietransitie integraal onderdeel te maken van de beleidsagenda 2026-2029 van het kabinet en mijlpalen van het sectorakkoord over te nemen in het NPE.
Rol aardgas
In de actualisatie van het NPE benadrukt het kabinet dat de beschikbaarheid en betaalbaarheid van olie en gas, essentieel is tijdens de energietransitie. De opbouw van een klimaatneutraal energiesysteem is noodzakelijk, maar brengt ook onzekerheden met zich mee. Om de impact van die onzekerheden voor betaalbaarheid en leveringszekerheid van energie te dempen is het noodzakelijk dat er voldoende energie beschikbaar is. In 2025 was het primair eindgebruik in Nederland van aardgas zo'n 36% van alle energiedragers. In 2040 zal dit nog steeds zo'n 28% zijn wordt door het ministerie voorgerekend. De rol van (hernieuwbare) elektriciteit wordt steeds groter, maar aardgas blijft voor industrie, weersonafhankelijke elektriciteitsopwekking en het verwarmen van huishoudens een belangrijke energiebron. Om de afhankelijkheid van geïmporteerd aardgas zoveel mogelijk te beperken is het nodig om voldoende nieuwe aardgaswinning toe te voegen.

Import-(on)afhankelijkheid
Het ministerie benadrukt dat een weerbaar energiesysteem een randvoorwaarde is om betrouwbaarheid en betaalbaarheid van energie te kunnen borgen. Energie-onafhankelijkheid is daarbij een belangrijke dimensie. Het kabinet wil de afhankelijkheid van energie-import verminderen en stelt tegelijkertijd dat Nederlandse gaswinning tijdens de transitie op peil moet worden gehouden. Zolang Nederland aardgas gebruikt, is daarom niet alleen de hoeveelheid gas relevant, maar ook waar dat gas vandaan komt.
Dit benadrukt de noodzaak voor een voortvarende uitvoering van het Sectorakkoord, waardoor nieuwe aardgasproductie de afnemende productie kan remmen. Het versnellen van de vergunningverleningsprocessen en het inkorten van bezwaar en beroep zijn cruciaal. Hier liggen dan nog ook kansen om de beleidsagenda van het kabinet Jetten I uit te breiden met versnelling voor aardgas- en CO2-opslagprojecten. Het kabinet kan de aanpak van netcongestie hiervoor uitbreiden.
Transitie en CCS
Het kabinet is duidelijk over de rol van CCS: de opslag van CO2 is noodzakelijk om de Nederlandse en Europese emissiereductiedoelen te behalen. Het gaat met name om verduurzaming van de industrie. Het kabinet wil ondergrondse opslag tijdig ontwikkelen. Hier is al 1,3 miljard euro toegezegd voor de infrastructuur. Maar om de CCS-waardeketen goed in te richten moet naast opslag en infrastructuur, ook gekeken worden naar de CO2-afvang. Hierbij is investeringszekerheid voor bedrijven van groot belang en moeten tijdslijnen ook goed op elkaar worden afgestemd.
Een van de acties die het kabinet voorziet voor CCS is om het CO2-infrastructuur project Aramis in 2030 operationeel te hebben. Het kabinet noemt dat randvoorwaardelijk voor de opschaling van de CCS keten in Nederland.
Element NL benadrukt dat er meer CO2-opslagprojecten in Nederland zijn gepland, die allemaal bijdragen aan de doelstelling van 50Mtpa opslagcapaciteit onder de Net-Zero Industry Act (NZIA). De cumulatieve verplichting voor bedrijven actief in Nederland is groter dan de beoogde 7,5Mtpa opslagcapaciteit die het kabinet in het geactualiseerde NPE noemt. Alle CO2-opslagprojecten zijn daarom noodzakelijk om de Europese ambities te realiseren. Tot slot is er voldoende aanbod van CO2 nodig.
Element NL roept het kabinet daarom op de CCS-waardeketen op te bouwen in internationaal verband.